Vaccineren van paarden

Influenza

Influenza, ofwel griep, wordt veroorzaakt door een virus wat de voorste luchtwegen infecteert. De verschijnselen zijn koorts, sloomheid, neusuitvloeiing en hoesten. Door het beschadigen van het slijmvlies krijgen bacteriën een kans, waardoor een bronchitis of longontsteking kan ontstaan. Het virus is erg besmettelijk.

Voor het meedoen aan wedstrijden is vaccineren tegen influenza verplicht. De basisenting bestaat uit een tweevoudige enting met de herhalingsenting na 3 weken tot 3 maanden. Hierna moet de jaarlijkse enting steeds binnen het jaar gedaan worden.

Voor internationale wedstrijden is het verplicht binnen een half jaar te enten.

Voor een jong paard moet voor een goede opbouw van de immuniteit ook 6 maanden na deze basisenting, een herhalingsenting te geven. Deze is echter niet verplicht.


Tetanus

Tetanus wordt veroorzaakt door gifstoffen die door de bacterie Clostridium Tetani produceerd worden. Deze bacterie is bijna overal in stof, modder en stalmest te vinden. De infectie vind plaats vanuit een wond, zoals bv. nageltred of een navelinfectie bij een jong veulentje. Vaak zit er nogal wat tijd tussen het  infecteren en het ontstaan van het ziektebeeld. Het gif zorgt voor een samentrekking van alle spieren waar het dier geen controle meer over heeft. Veel dieren overleven deze aandoening niet.


Rhino

Een infectie met het rhino-virus kan een aantal verschillende beelden laten zien.

De meest onschuldige vorm geeft symptomen van een een lichte luchtweginfectie. Deze komt het meest voor bij jonge paarden. Tweemaal per jaar vaccineren kan symptomen als koorts en luchtwegproblemen verminderen.

Een ernstigere vorm geeft abortus in tweede deel van de dracht. Drachtige merries zouden tijdens de dracht op 5, 7 en 9 maanden kunnen worden gevaccineerd.

De laatste vorm geeft neurologische symptomen. Besmette paarden kunnen een verzwakte achterhand laten zien, zoals een slappe staart en een wankelende manier van lopen met de achterbenen.

Tegen de neurologische vorm geeft vaccineren weinig tot geen bescherming.

Het rhino-virus is een herpes-virus. Deze virussen zijn door het lichaam moeilijk te verwijderen, waardoor er dragers kunnen ontstaan. Deze dieren zijn niet ziek, maar hebben het virus wel bij zich en bij een vermindering van de weerstand kan er weer virus verspreid worden.